Ervaringen gynaecologische kanker
sep 2010, Steven Wientjes - Kinderen van ...
Mijn moeder heeft kanker
Mijn naam is Steven Wientjes, zoon van Margreet Zuur. Ik zit op de middelbare school in 5vwo en ben 16 jaar. Ik heb twee broers en één zus. Allen zijn ze ouder dan ik. Ik ben gevraagd om een stukje te schrijven voor Olijf. Dit wilde ik met een groot plezier doen, om mijn verhaal te delen met andere mensen en om te laten zien dat ze er niet alleen voor staan. Verhalen schrijven is niet mijn grootste talent, maar ik zal mijn best doen.
Het begon allemaal toen ik nog heel jong was. Mama had het vreselijke nieuws gehoord dat ze eierstokkanker had. Ik was toen zo klein dat ik het nauwelijks kon bevatten, ik snapte niet goed wat er aan de hand was, maar diep van binnen had ik al wel door dat er iets goed mis was. Ik kan niet veel herinneren van het begin van de ziekte van mama, wel dat ik heel erg was geschrokken toen ik mama in het bed zag liggen in het ziekenhuis, wat was ze wit en wat zaten er veel slangetjes aan haar vast.
Mijn moeder en ik hadden van jongs af aan al een sterke band (en dat is nog steeds zo). Ik zat altijd het grootste deel van de week bij haar op bed. Als mam zich wat beter voelde, gingen we soms wandelen. Wanneer ik op die jonge jaren terug kijk, was het net alsof er een speciaal emotioneel lijntje tussen ons was ontstaan, waardoor we geen woorden nodig hadden om te weten wat er in ons omging. Voor de afleiding gingen we vaak Disneyfilms op bed kijken, ik denk dat we elke Disneyfilm inmiddels wel kunnen dromen.
Maar goed, mams kwam er langzaam weer bovenop en snel daarna verhuisden we naar Friesland. Daar zouden we met zijn allen met een schone lei beginnen. Omdat onze boerderij nog verbouwd werd, zaten we tijdelijk in een piepklein huisje in Drachten. We hadden net onze klasgenootjes ontmoet en de sportscholen geregeld en toen begon mam er toch weer slechter uit te zien. Al snel werd duidelijk dat de kanker als een boemerang weer terug was gekomen. Gelukkig was er deze keer de mogelijkheid om een chemokuur in de vorm van pillen te slikken. Ze werd deze keer niet kaal alleen was het elke ochtend, middag en avond een kokhals sessie. En daarna kreeg mams een weerzin voor het slikken van pillen, zodat zelfs een aspirientje nog niet door te slikken was. Ik vond het heel onwerkelijk om als toeschouwer mee te doen in het gezin en mams maar slechter en slechter te zien worden, zonder dat ik er iets aan kon doen. Gelukkig hadden we een hele lieve oppas die telkens met ons mee verhuisde en naast mam mijn broers, zus en mij kon helpen onze dingetjes te blijven doen.
Na bijna een jaar was de boerderij klaar en mams weer “schoon”. “Beter” zeggen we maar niet meer, want de boemerang kan, zoals bewezen, elk moment terugkomen. Eindelijk hadden we een mooi huis en lekker de ruimte om met zijn allen weer eens te genieten. De (grote) keukentafel werd het hart van het huis waar we elke middag met vriendjes en vriendinnetjes thee dronken en kletsten. Maar ook deze periode mocht niet lang duren, de extreme vermoeidheid kwam weer terug en inmiddels had mam weer uitzaaiingen, maar ze konden niet vinden waar ze zaten. Gevolg ervan was dat mama weer chemokuren moest krijgen. Ik kan me eigenlijk vrij weinig herinneren van deze periode. Ik denk omdat mama zich sterk hield en ervoor zorgde dat het dagelijks leven voor ons gewoon doorliep. Dit geeft ook wel weer aan wat een sterke vrouw mijn moeder is en een survival instinct heeft.
Weken gingen voorbij en gelukkig ging het allemaal stukken beter met mijn moeder. Het ging zelfs zo goed dat pap en mam een verassing voor ons hadden. We gingen namelijk met z’n allen een trip door Amerika maken! Met een camper reden we door het geweldige en grootse Amerika met het beste gezelschap, ons eigen gezin. We hebben prachtige plekken gezien zoals Lake Powell met de Rainbow Bridge. Een werkelijk natuurwonder. Met een speedboot en een band erachter scheurden we over het meer. We hebben mogen gokken in een kindercasino in Las Vegas. Een vakantie voor mij om nooit meer te vergeten. Wat een ervaring.
Een paar maanden na Amerika merkte ik dat het af en toe niet lekker liep tussen mijn moeder en vader, maar ik wist niet zo goed wat er aan de hand was. Mijn vader ging ergens anders wonen. Dit sloeg in als een bom. Ik had er best wel veel moeite mee, papa en mama waren niet meer samen. In het begin was dit onwaarschijnlijk voor mij maar ik begon er langzamerhand ook wel aan te wennen. Maar ik bleef het vervelend vinden als we werden opgehaald en mama alleen moesten achterlaten, op dat moment moest ik altijd even slikken en me sterk houden. Het was altijd fijn om te weten als mama een weekendje wegging. Dan was ze in ieder geval niet alleen.
Nog niet zo’n lange tijd na de scheiding was het alweer raak bij mam. Deze keer zat er een uitzaaiing in haar milt. Het klinkt misschien gek maar ik wist van tevoren al dat het wel goed zou komen met mam. Zo’n sterke vrouw en het belangrijkste nog, het was mijn mama, die kan niet weggaan. Natuurlijk had ik het er heel moeilijk mee, maar ik wist één ding zeker, mama kan niet weg.
Eenmaal aan het idee gewend konden we er gelukkig ook om lachen en maakten grapjes als: “ach je mist al zoveel van binnen, een orgaan meer of minder maakt ook niet uit” of “tja, das makkelijk afvallen!”. Maar verdriet was er ook, soms praatten we er over, maar ik vond het moeilijk en kon het nare gevoel niet altijd goed plaatsen of onder woorden brengen. Gelukkig zorgde mam er wel altijd voor dat ze elke middag toch even aan de keukentafel kwam zitten zodat we ons ei kwijt konden. Tijdens deze periode werd ze wel weer kaal en moest er een (derde) pruik uitgezocht worden. Het was ondertussen een ritueel geworden om de pruik te dopen en een naam te geven. Deze periode heette ze: Monica. Na Monica kregen we nog Priscilla. Dat kon ik altijd waarderen van mijn moeder, ze probeerde de narigheid vaak wat lichter te maken door er de humoristische kant van in te zien, en die pruiknamen gaven ons een hoop lol. Soms deden wijzelf ook wel eens de pruik op en dan lagen we helemaal in een deuk. Zoals ‘gewoonlijk’ kwam supermoeder ook hier bovenop, ze vocht zich er werkelijk doorheen.
Dagen gingen voorbij, maanden gingen voorbij. Het ging nog steeds goed, maar na een jaar sloeg het schip om. Het mocht niet zo zijn. Deze keer was de kanker in mama haar maag gaan zitten en de prognoses waren heel erg slecht. Haar hele maag moest worden verwijderd en de herstelperiode duurde erg lang. De operatie en de chemo’s stonden weer voor de deur. Pas na een half jaar kon mijn moeder kleine beetjes eten naar binnen krijgen. Ze kon nog niet eten of ze had al een eetverslaving, namelijk raketjes. Niet alleen omdat ze die zo lekker vond, maar ook omdat het zo ongelooflijk heet was die zomer. Of het nou die raketjes waren weet ik nog steeds niet, maar mijn moeder heeft zich nog een keer moeten bewijzen en het is haar weer gelukt! Sinds die tijd is de eierstokkanker niet meer teruggekomen. Dit mag gerust een wonder genoemd worden want als de eierstokkanker eenmaal is teruggekomen dan kan je niet meer genezen zegt men.
Na de periode van de maag ging alles eindelijk weer een keer goed, we hadden tijd om alles weer op een rijtje te zetten en te gaan genieten van het leven. Daar gaat het leven toch om. Gezond zijn en genieten wanneer het kan. We hadden een mooie boerderij en een trampoline waar we elke dag op sprongen. Ik zat op voetbal en dat vond ik heerlijk, mijn school was leuk, ik had aardige vrienden en mam was ‘schoon’. Het ging eindelijk lekker. Totdat mam met het nieuws kwam dat we gingen verhuizen. En wel naar het westen. Eerst was ik redelijk van slag. Ik weet nog dat ik samen met mijn broer aan het janken was aan de grote keukentafel. Alles wat we hier hadden opgebouwd zouden we moeten achterlaten. Ook aan dit idee raakte ik steeds meer gewend, de gedachte dat de hele familie van mama in het westen woont hielp daar ook bij. Na alle tegenslagen was de behoefte van mam om naar het westen te verhuizen heel groot, puur om dichtbij de familie te wonen en ik gaf haar groot gelijk. De verhuizing was moeilijk, maar ik ben toch blij dat we nu in het westen wonen. Ik heb het hier uiteindelijk heel erg naar mijn zin en merk toch wel dat ik meer een stadsmens ben. Het belangrijkste punt is dat mam zich hier fijner voelt en het geeft denk ik een veilig gevoel om je familie zo dicht bij je te hebben, vooral in de situatie van mama.
Het ging allemaal heel voorspoedig, mama’s gezondheid ging goed. Een jaar, twee jaar vlogen voorbij. Toen hadden we een kleine verhuizing binnen Warmond. Dit huis was wat kleiner, want de twee oudste waren al het huis uit. Dit huis heeft mam helemaal laten verbouwen en tot in details ingericht. Dit is het huisje waar ze oud in wil worden.
Het leek allemaal goed te gaan, maar toen kwam mam thuis na de halfjaarlijkse controle met het nieuws dat het foute boel was. “Ik heb darmkanker” zei mama. Het hele drama begon weer bij het begin. Ik was heel erg van slag op dat moment, ik heb de hele dag gehuild. Ik wist even niet wat ik moest denken of voelen. De gedachte die vaak terugkwam was: “Waarom moet mam dit nog een keer ondergaan? Waarom kan ik het niet voor haar doen?”. Maar de gedachte die ik altijd heb gehad kwam ook vaak terug: “Mama kan niet weg!”
Er stonden heftige maanden voor de deur, veel bestralingen en chemo’s om de tumor kleiner te maken en als laatste een operatie om de tumor te verwijderen. Telkens als mam een bestraling had gehad dan kwam ze terug naar huis en dan ging ze op haar bed liggen. Total loss was ze, je kon zien en zelfs voelen dat ze zoveel pijn had. En dit waren nog maar de bestralingen. Elke keer werd het een stukje erger en elke keer werd ze zieker. Totdat de carcinoom klein genoeg was om het te verwijderen met behulp van een operatie.
De operatie was in de zomer van 2008, het was die zomer grotendeels heel lekker weer.
Mam had net de operatie achter de rug en we stonden aan de rand van het bed. Huilend met een loopneus. Ondertussen waren we wel gewend hoe alles eruit zag dus daar schrokken we niet meer van, maar om je moeder te zien liggen aan allemaal van die apparaten is iets waar ik niet aan kan wennen, het gaf me altijd het gevoel alsof er een knoop in mijn buik zat.
Ze deed haar ogen open en ik zag een glinstering, ze was blij om ons te zien, om te laten zien dat ze ook dit heeft overleefd en dat niets ons stuk kan maken. Dat gaf bij mij een glimlach op mijn gezicht en ik moest lachen toen ze ging praten. Ze werd namelijk verdoofd met morfine, dus ze was als het ware nog een beetje ‘high’. En ze maakte de ene na de andere grappige opmerking en we stonden daar met z’n vieren te lachen aan het bed. Wetende dat mama weer zou herstellen. Wetende dat ons gezin niet te breken is.
Ik ben trots op je, mam!
Jouw ervaringsverhaal op deze website?
Wil je zelf een verhaal schrijven over je ervaringen met gynaecologische kanker? Jouw verhaal kan lotgenotes steunen. Stuur je verhaal naar de webredactie met dit formulier. Reacties op je verhaal komen direct in je mailbox, behalve als je aangeeft dat je liever geen reacties wilt.
