Gynaecologische kanker
Reactie op onderzoek naar oorzaak eierstokkanker
10-02-2012
Onderzoekers van UMC St Radboud te Nijmegen publiceerden vorige week een onderzoek waarin zij aanwijzingen vonden voor het ontstaan van eierstokkanker in de baarmoeder.
In veel media werd hier aandacht aan besteed, u kunt dit teruglezen in ons Nieuwsbericht van 21 januari 2012.
Onder vrouwen met een BRCA genmutatie heeft dit onderzoek veel vragen opgeroepen.
'Moet ik nu ook mijn baarmoeder laten verwijderen?', 'Ik sta op het punt mijn eierstokken te laten verwijderen, heeft dit nog wel zin?' zijn voorbeelden van vragen die wij gekregen hebben.
Wij hebben professor Marian Mourits, hoogleraar gynaecologische oncologie te Groningen, gevraagd naar een reactie op het onderzoek uit Nijmegen.
Samen met drs. Welmoed Reitsma, arts onderzoeker, geeft zij de volgende reactie op het persbericht van UMC St Radboud.
Persbericht van het UMC St Radboud
‘Eierstokkanker komt uit de baarmoeder’, zo is de titel van een persbericht van het UMC St Radboud van vrijdag 20 januari 2012. Gynaecologen en pathologen van het UMC in Nijmegen publiceerden een studie waarin ze zeggen sterke aanwijzingen gevonden te hebben dat eierstokkanker in de baarmoeder ontstaat.
Hoe zit het nu precies?
Dat eierstokkanker hoogstwaarschijnlijk niet in de eierstokken zelf ontstaat, is al enige tijd bekend.
Allereerst toonden meer dan 10 jaar geleden epidemiologische studies al aan dat vrouwen na een sterilisatie ongeveer 50% minder kans hadden op het ontwikkelen van eierstokkanker. Sinds 1998 worden bij vrouwen met een BRCA1/2-genmutatie ter preventie van eierstokkanker daarom niet alleen de eierstokken, maar ook de eileiders verwijderd.
Ook is er nog nooit een voorstadium van eierstokkanker in de eierstok zelf gevonden, terwijl een voorstadium van kanker het enige bewijs is dat de kanker op die plaats is ontstaan. De afgelopen 10-15 jaren hebben veel vrouwen met en familiaire belasting voor eierstokkanker hun eierstokken en eileiders preventief laten verwijderen. Dit weefsel wordt altijd door een patholoog onderzocht. Hoewel in 2-5% van de gevallen een vroeg stadium van kanker wordt gevonden, is nooit een vóórstadium ervan in de eierstok gezien.
Wel werden voorstadia gezien in de eileider. Dat is voor het eerst gepubliceerd door een Amsterdamse groep onderzoekers in 2001.
Tot slot lijken de cellen van eierstokkanker het meeste op cellen afkomstig van de eileiders. Dat wordt duidelijker wanneer je kijkt naar de embryologische oorsprong van de weefselbekleding (epitheel) van de vrouwelijke geslachtsorganen. De eierstokken en het buikvlies zijn embryologisch ontstaan uit zogenaamd mesoderm en zijn bekleed met mesotheel. De baarmoeder en de eileiders hebben een andere embryologische oorsprong (de buizen van Müller) en zijn bekleed met zogenaamd Mülleriaans epitheel. Het type eierstokkanker dat het meeste voorkomt (60%) is het zogenaamde hooggradig sereus carcinoom. Dit is tevens het meeste voorkomende kankertype bij vrouwen met een erfelijk aanleg (>90%). Dit type kanker kan alléén ontstaan uit Mülleriaans epitheel en de cellen zijn afkomstig uit de eileiders. Van een andere, minder vaak voorkomend type eierstokkanker (10%), het zogenaamde endometrioid type, zijn wel aanwijzingen dat het uit baarmoederslijmvlies ontstaat.
Samengevat is de eierstok dus eerder een goede voedingsbodem voor de kankercellen, die vanuit de eileider daarin terechtgekomen zijn, dan de bron van de kanker.
Deze kennis heeft de afgelopen jaren geleid tot een aantal wetenschappelijke publicaties, waarin deze ‘eileider-hypothese’ wordt onderbouwd.
Ontstaat eierstokkanker in de eileider of de baarmoeder?
Hoewel de titel van het persbericht uit Nijmegen suggereert dat alle eierstokkankers in de baarmoeder ontstaan, is dat dus niet het geval. De groep uit het UMC St Radboud heeft weefselonderzoek verricht in een klein aantal baarmoeders van vrouwen die al een beginnende baarmoederkanker hadden. Vervolgens hebben ze gekeken of diezelfde kankercellen uit de baarmoeder, óók in de eierstokken terecht kwamen. En dat was in drie van negen patiënten het geval. Daarmee is dit persbericht naar onze mening op zijn minst verwarrend. Het onderzoek uit Nijmegen bevestigt alleen dat in sommige patiënten met baarmoederkanker, deze cellen óók naar de eierstokken kunnen gaan.
Is het preventief verwijderen van eileiders en eierstokken dan wel effectief?
De oorsprong van het meest voorkomende type eierstokkanker (hooggradig sereus) ligt niet in de baarmoeder, maar in de eileiders. Daarvoor is zowel wetenschappelijk bewijs op weefselniveau, als uit grote epidemiologische studies. Ook is uit vervolgstudies bekend dat vrouwen die preventief de eierstokken en eileiders laten verwijderen, geen verhoogde kans hebben op baarmoederkanker. Vrouwen met een verhoogde kans op eierstokkanker hoeven dus niet hun baarmoeder te laten verwijderen.
Wat betekent dit voor BRCA1/2-mutatiedraagsters?
Zoals bekend is screening op eierstok- of eileiderkanker niet effectief. Daarom blijft voor wat betreft eierstokkanker het preventieadvies gehandhaafd. Dat betekent het laten verwijderen van eierstokken en eileiders vanaf de leeftijd van 35 jaar bij een BRCA1- of vanaf de leeftijd van 40-45 jaar bij een BRCA2-mutatie. Uit langlopende follow-up studies blijkt dit advies veilig. Er is geen verhoogde kans op baarmoederkanker bij BRCA1/2-mutatiedraagsters en er is dan ook geen reden om preventief de baarmoeder mee te verwijderen (terwijl het de nadelen van de operatie wel zou vergroten).
Wanneer u hierover nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de polikliniek voor Familiaire Tumoren of met uw eigen arts.
Groningen, 23 januari 2012
Prof Dr Marian J Mourits
Drs Welmoed Reitsma
Afdeling Gynaecologische Oncologie,
Universitair Medisch Centrum Groningen
Postbox 30 001
9700 RB Groningen
.
