Boekensteun
Meisje met negen pruiken
Gerecenseerd door Paulien van Zon
Sophie van der Stap is 23 jaar en woont in Amsterdam. Ze studeerde politicologie tot ze in 2005 te horen kreeg dat ze kanker heeft. ‘Meisje met negen pruiken’ is haar debuut. Hierin beschrijft ze, in dagboekvorm, haar leven tijdens de chemo-kuren die bij elkaar ongeveer een jaar duren.
‘Het is zaterdag, en alles is anders. Vanmorgen ben ik niet naar de markt gegaan en heb ik geen koffie gedronken op de Westerstraat. Ik ben ziek, heb kanker en ga misschien dood. Maandag begint er een nieuw, onzeker leven voor mij. Vanaf maandag lig ik 54 weken aan het infuus. Dat is het enige zekere dat ik nog heb.'
Sophie blijkt een kinderkanker te hebben (weke delentumor in de longholte) die nauwelijks bij volwassenen is aangetroffen. Een rigoureuze behandeling wordt ingezet met chemo’s en bestraling.
Ze schrijft over haar ziekte, onzekerheden, haar angsten en de dood. Het is leuk en vlot geschreven, want Sophie doet ook (nog) de gewone dingen die bij haar leeftijd hoort: ze gaat uit, versiert jongens en maakt lol.
Maar door de kanker voelt ze ook een groot verschil tussen zichzelf en haar leeftijdsgenoten. Voor haar jonge leeftijd is het natuurlijk absurd om er van de ene dag op de andere rekening mee te moeten houden dat ze binnen het jaar dood kan zijn.
Ze beschrijft hoe ze omgaat met de schok, de dingen die belangrijk waren en nu zijn. Ze kan ontwapenend nuchter de behandelingen in het ziekenhuis beschrijven, en bij de naam noemen waar het eigenlijk omgaat. Bij de beenmergpunctie bijvoorbeeld haat ze de arts die een lange naald en een schroevedraaier te voorschijn haalt en zegt dat het pijn gaat doen. Ze eindigt het stukje dat ze trilde van angst, angst voor dokters met enge woorden, angst voor kanker, maar bovenal angst voor wat er nog komen ging.
Het boek is geen droevig boek geworden. Als overlevingsstrategie kiest Sophie ervoor om te gaan spelen. Ze koopt stapels pruiken om op haar kale hoofd te zetten en beschrijft wat die met haar en haar omgeving doen. De dikke blonde krullen van Daisy lokken andere reacties uit dan de springerige rode pieken van Sue of de steile bruine haren van Lydia. Met Bébé (lang en steil blond) of Platina (stijf gekapt witblond haar) voelt Sophie zich sexy en werelds, met Sue op haar hoofd brutaal, met Oema (lang roodbruin haar) mysterieus.
Naast de pruiken bouwt Sophie in haar hoofd complete doktersromannetjes op rond haar longarts, dokter K, fantasieën die soms de werkelijkheid raken, zodat ze blozend met hem in de lift staat. Het is grappig om te lezen en volgens mij probeert ze hiermee haar kanker-patient-zijn naar de achtergrond te duwen. En dat lukt soms: als iemand haar wil zoenen, is het voor haar of Sophie zelf er weer is en het meisje dat kanker heeft even verdwenen is.
Ronduit ontroerend en mooi om te lezen is hoe haar ouders, zus en vrienden haar steunen tijdens die zware maanden. Zij zijn er simpelweg voor haar. Haar zus helpt haar pruiken uit te zoeken, vrienden komen vaak thee drinken, bellen, komen langs, spreken haar moed in, kortom proberen haar chemojaar draaglijk te maken.
Maar haar kale hoofd laat ze toch niet zien, zelfs aan haar vrienden niet. 'Kaal kennen ze me niet. Kaal in bed, kaal onder de douche, kaal in mijn witte badjas, kaal als mijn pruik in mijn trui blijft hangen als ik me omkleed. Wat zullen ze zeggen? Er is zoveel dat ze niet van me weten. Er is zo'n wereld van verschil.'
Die scheiding van een binnenwereld en een buitenwereld die ze met behulp van haar pruiken heeft gemaakt is een dilemma dat ze helaas niet verder beschrijft.
Tegen het einde van het boek beschrijft Sophie dat het besef daagt dat ze de kanker nooit helemaal achter zich kan laten. Ze wil dat ook niet, want die kanker heeft haar gevormd en veranderd, haar lichaam getekend en is onderdeel van haar geworden.
Het boek is openhartig geschreven door een jonge hippe meid met het taalgebruik wat bij haar generatie hoort. Dat is soms even wennen, maar is wel authentiek. Ik vond het zeer ontroerend, vooral de overdenkingen die Sophie maakt over haar ziekte.
Behalve de chemo-planning van 54 weken, mist het boek wel een verhaallijn. En, als Sophie in de publiciteit komt, is het zelfs rommelig - net zo rommelig als haar leven op dat moment waarschijnlijk ook echt was.
‘Meisje met negen pruiken’ – Sophie van der Stap
Uitgeverij Prometheus (2007)
